Behandeling en preventie

Palmaire digitale neurectomie

(foto: Dr. Santiago Gutierrez-Nibeyro)

“Genadige vrouw, ik breng wel het nieuws, maar sloot niet het huwelijk”, zegt de boodschapper tegen Cleopatra als zij hem de ogen wil laten uitsteken, omdat hij haar het slechte nieuws heeft gebracht dat haar geliefde met een ander getrouwd is. Door Shakespeare verwoord als “Don’t shoot the messenger”. De boodschapper in het geval van hoefkatrolontsteking is een zenuw; het slechte nieuws dat hij brengt is pijn in het hoefkatrolgebied. Als reddingsoperatie, of uitstel van executie, kunnen zenuwen doorgesneden worden. Dit staat bekend als zenuwsnede, ontzenuwen of palmaire digitale neurectomie.

De ingreep bestaat uit het onder lokale verdoving doorsnijden en verwijderen van enkele centimeters van de palmaire digitale zenuwen die het straalbeen innerveren. Het zijn dezelfde zenuwen die de dierenarts verdooft ten behoeve van het stellen van de diagnose hoefkatrolontsteking. Voorafgaand aan de operatie zal de veterinaire chirurg deze verdoving toepassen om zich een beeld te vormen van het mogelijke effect van de daadwerkelijke neurectomie. De mate waarin het paard reageert op de verdoving zal gelijk zijn aan de reactie op de neurectomie.

Palmaire digitale neurectomie zal één tot twee derde van de achterzijde van de hoef volledig ongevoelig maken. Als bijkomend voordeel wordt een vaatverwijdend effect van de ingreep genoemd, wat de doorbloeding van het hoefkatrolgebied moet verbeteren. Of dit op de lange termijn als voordeel gezien moet worden, valt te betwisten. De bloedvaten reageren immers niet langer op stimuli van de zenuwen.

Indien de kreupelheid ernstiger aan één been is, wordt het minder kreupele of zelfs gezonde been ook geopereerd. Gebeurt dit niet, dan kan dit leiden tot ongelijk gebruik van de benen, met problemen als eenzijdige traumatische hoefbevangenheid tot gevolg.

Het succes van de ingreep hangt af van hoe snel en correct de operatie uitgevoerd wordt, of weefselschade tot een minimum beperkt blijft, of de postoperatieve zorg goed is en van hoe elk individueel paard reageert. Zo is er sprake van allerlei aftakkingen van de zenuwen. Als deze zenuwtakken niet worden gezien en doorgesneden, zal de respons op de operatie lager zijn dan verwacht.

De zenuwen kunnen na circa zes maanden weer aangroeien. Dit is zelfs eerder regel dan uitzondering. Er zal opnieuw een neurectomie uitgevoerd moeten worden. Om hernieuwde aangroei te voorkomen kunnen er gaatjes in het bot geboord worden waar de afgesneden zenuwuiteinden ingestopt worden. Een andere methode is om zenuwuiteinden af te dekken met een deel van de zenuwschede. Beide technieken vertragen het aangroeien wel, maar weten het niet te voorkomen. Het paard moet voor deze uitbreiding van de ingreep onder gehele narcose worden gebracht.

Een neurectomie kan ook worden uitgevoerd met behulp van CO₂-laser. Hierbij smelt het uiteinde van de zenuw. Dit lijkt hernieuwde aangroei van de zenuw wel te voorkomen.

In plaats van te snijden kan er ook voor worden gekozen de zenuwen chemisch uit te schakelen (inspuiting met sarapine, cobragif, formaldehyde of alcohol) of te bevriezen (cryo-neurectomie). Deze alternatieven geven tot circa drie maanden een vergelijkbaar effect als dat van traditionele neurectomie en kennen beduidend minder complicaties.

Nadelen en complicaties

In een poging opnieuw aan te groeien kunnen zich op de afgesneden zenuwen bundels zenuwvezels vormen. Deze neuromen maken de locatie van de neurectomie uiterst gevoelig en kunnen kreupelheid veroorzaken. Bij neurectomie met CO₂-laser is de kans hierop overigens een stuk kleiner. De enige permanente oplossing is een nieuwe neurectomie hogerop in het been. Als tijdelijke oplossing kan er lokaal een ontstekingsremmend medicijn in de aangetaste zenuwstompen geïnjecteerd worden. Het instoppen of afdekken van zenuwuiteinden, zoals hiervoor beschreven, moet ook de vorming van neuromen helpen voorkomen.

Aangezien het paard de grond niet of nauwelijks meer voelt, wordt rijden een gevaarlijke aangelegenheid. Vooral onder een onervaren ruiter kan dit tot problemen leiden.

Doordat het paard geen gevoel meer heeft in de achterzijde van de hoef, kan het zich gemakkelijk verwonden. Kneuzingen, abcessen of binnendringende voorwerpen (nageltred) voelt hij niet meer. Dit betekent dat de hoeven elke dag zorgvuldig schoongemaakt en gecontroleerd dienen te worden.

Rijden kan gevaarlijk worden

Infecties, zwellingen en littekenweefsel komen ook regelmatig voor.

Een ander mogelijk neveneffect is een ruptuur van de diepe buigpees. Dit kan met name optreden als de pees vóór de operatie al gedeeltelijk gescheurd of anderszins beschadigd was.

Hoewel het maar sporadisch voorkomt, kan zich fibreus weefsel vormen dat de palmaire slagaderen afknelt en soms zelfs binnendringt. De bloedtoevoer naar de hoef raakt ernstig verstoord. Dit zorgt voor veel pijn en uiteindelijk ontschoening, waarbij de hoefcapsule geheel of gedeeltelijk losraakt van de interne voet. Er is geen behandeling voor deze complicatie en euthanasie is de enige uitweg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *