Anatomie en fysiologie

De gezonde hoef

Het succes van behandeling en preventie van hoefkatrolontsteking hangt enorm af van de algehele gezondheid van de hoef. Nu zal iedereen wel een idee hebben van wat een gezonde hoef is. De kans is wel groot dat die ideeën uiteenlopen. We zullen daarom hier eens zo objectief mogelijk een gezonde hoef beschrijven. Dat er discussie mogelijk blijft over de betekenis van bijvoorbeeld ‘goed ontwikkeld’, ‘goed doorbloed’, ‘te lang’ of ‘te kort’, is onvermijdelijk.

In een gezonde hoef zijn alle anatomische onderdelen goed ontwikkeld en zowel fysiologisch als functioneel op elkaar afgestemd. Rigide onderdelen, zoals de hoefwand en de steunsels, zijn hard en hebben een hoge hoorndichtheid. Zachte weefsels (straalkussen, hoefballen, hoefkraakbeen e.d.) zijn stevig, soepel en goed doorbloed. Spieren, pezen en ligamenten zijn op hun taak berekend. Het bloedvatenstelsel is tot op het niveau van de kleinste haarvaten in perfecte conditie. Het hoefmechanisme functioneert optimaal. Schok- en trillingsdemping werken feilloos, waardoor de bewegingsenergie die vrijkomt tijdens het landen en afwikkelen van de hoef maximaal wordt geabsorbeerd. 

De gezonde hoef heeft weinig onderhoud nodig. Groei en slijtage zijn met elkaar in evenwicht. De twee voorhoeven zijn ongeveer gelijk in vorm, grootte en hoek; net zoals de achterhoeven dat zijn. Er is geen sprake van beschadigingen aan de buitenkant van de hoef zoals scheuren, barsten, brokkels en kneuzingen. Alle weefsels van de interne voet zijn onbeschadigd. De hoef lijdt niet onder ziektes, ontstekingen of infecties zoals bacteriën en schimmels of palmaire hoefproblemen zoals gewrichtsontsteking, pees- en ligamentsontstekingen, botcystes, straalbeenfracturen en rotstraal. Een gezonde hoef heeft geen last van een van de oorzaken van teenlanden zoals ondergeschoven, ongelijke of samengeknepen hielen, verbeend hoefkraakbeen en overgroeide steunsels. Er zijn geen zenuwblokkades. Geen van de onderdelen van de hoefcapsule is te lang of te kort, te dik of te dun. Hierdoor is er geen sprake van perifere belasting, te grote druk op de interne voet of andere vormen van overbelasting van de hoef of andere lichaamsdelen. Het paard loopt niet kreupel als gevolg van hoefpijn. Het afwikkelpunt van de hoef is goed gepositioneerd.

Alle anatomische onderdelen zijn stevig met elkaar verbonden. Zo is de witte lijn niet breder dan 3 millimeter en zijn er geen flares, diepe groeiringen of andere vervormingen van de hoefwand. De hoef is vrijwel symmetrisch, met uitzondering van normale anatomische asymmetrie en natuurlijke variatie. De hoef is zowel over de breedte (medio-lateraal) als over de lengte (cranio-caudaal) in balans. Het koot-, kroon- en hoefbeen liggen met elkaar in lijn, waardoor de hoef-kootbeenas noch naar voren, noch naar achter gebroken is. Het hoefbeen is, als de hoef belast wordt, evenwijdig met de grond. 

Een gezonde hoef is op celniveau in orde. Er zijn geen woekerende cellen. Het metabolisme in alle weefsels verloopt optimaal. De aanmaak en afbraak van bot (botremodellering) is in evenwicht. De aanmaak, het onderhoud en herstel van gewrichtskraakbeen is voldoende om blijvende schade te voorkomen. 

Dit alles garandeert dat een gezonde hoef probleemloos gedurende langere tijd en in elke gang over elk soort terrein kan voortbewegen.

Hoefgezondheid weerspiegelt de kwaliteit van hoefonderhoud, veterinaire zorg en van de leefomstandigheden voeding, huisvesting, beweging en klimaat. De invloed van genetische factoren is eveneens terug te zien in de gezondheid van de hoef. Een gebrekkige hoefgezondheid betekent vaak dat er ergens anders in het lichaam iets mis is. 

Helaas vinden we niet veel hoeven die al de hier beschreven gezondheidskenmerken hebben. Als we hoefkatrolontsteking willen voorkomen of de verdere ontwikkeling willen stoppen, zullen we in veel gevallen iets moeten doen om de hoefgezondheid te verbeteren. De eenvoudigste manier is door verbeteringen aan te brengen in deze factoren. Geloof het of niet, maar met uitzondering van klimatologische factoren is er altijd ruimte voor verbetering. Op de korte termijn door bijvoorbeeld aanpassingen in de huisvesting van het paard door te voeren en op de lange termijn door niet door te fokken met paarden met een genetische aanleg voor hoefproblemen. Soms zorgt de oorzaak van de gebrekkige gezondheid ervoor dat de dierenarts in actie moet komen. Uiteraard is anatomisch verantwoorde hoefverzorging een eerste en noodzakelijke voorwaarde

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *