Behandeling en preventie

Botulinetoxine

Het hoefkatrolgebied wordt geïnnerveerd door sensorische zenuwen die substantie-P en CGRP afscheiden. Deze neurotransmitters zijn betrokken bij het transport van pijnprikkels van de perifere zenuwen naar het centraal zenuwstelsel (het ruggenmerg). Bij paarden met hoefkatrolontsteking wordt een verhoogde concentratie van substantie-P en CGRP in zenuwvezels in met name het collateraal sesamligament gevonden. In een pilotstudie uit 2014 verminderde de pijnklachten tijdelijk en gedeeltelijk na inspuiting van de slijmbeurs van de hoefkatrol met botulinetoxine (beter bekend onder de merknaam Botox). Hoe minder pijn de paarden aan het begin van het onderzoek hadden, hoe beter hun respons op de behandeling was. De theorie is dat botulinetoxine zich bindt aan nociceptors en deze daarmee blokkeert. Nociceptors zijn de zenuwuiteinden die verantwoordelijk zijn voor de perceptie van pijn. Daarnaast zou botulinetoxine de afgifte van substantie-P en CGRP beperken.

De onderzoekers houden een paar slagen om de arm met betrekking tot het uitblijven van volledige afname van pijn en kreupelheid. Het zou mogelijk zijn dat de behandeling effectiever is als de dosering hoger zou zijn dan in dit onderzoek het geval was. Met betrekking tot de dosering zijn de onderzoekers echter uitermate voorzichtig. Paarden reageren namelijk vele malen sterker op botulinetoxine dan mensen. De kans op overdosering is dus niet ondenkbaar. Verder is er een risico dat het middel zich verspreid in het lichaam en daar negatieve effecten heeft. Vooralsnog moet deze behandeling nog als experimentele geneeskunde beschouwd worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *